Het Geheim (2004) Pierre de Lens, 44 cm Toen ik acht jaar oud was leerde ik al wat geheimhouding was. Geheimen moest je goed verbergen want ze waren gevaarlijk. Wij leefden onder de Japanse bezetting in het voormalige Nederlands-Indië. Mijn vader zat al gevangen in een kamp maar ik woonde nog met mijn moeder, zus en broertje in ons huis aan de Eendenvijver. Van mijn moeder kregen we iedere dag een paar uur les en verder mochten we op straat spelen zoveel we wilden - de scholen waren gesloten. Soms slenterden er een paar Japanse soldaten langs die een praatje wilden maken. Meestal vroegen ze of we niet naar school moesten en dan logen we van niet. We wisten dat school verboden was.



Al gauw kwamen wij ook in een kamp terecht, een kamp voor vrouwen en kinderen. 
En toen we daar een jaar zaten begonnen de Japanners iedereen die joods was naar een apart kamp te sturen. Dat hadden ze afgekeken van Nazi-Duitsland waarmee Japan geallieerd was. 



Mijn moeder was niet joods maar mijn vader wel en wij drieën waren dus half-joods. 
Dat betekende dat wij naar dat joodse kamp moesten en onze niet-joodse vriendjes en vriendinnetjes achterlaten. Een hele tijd was het onduidelijk of ook mijn moeder zou moeten achterblijven. Tot ze op het idee kwam te liegen dat zijzelf ook joods was. Toen mocht ze met ons mee en zo kreeg ik mijn tweede geheim te bewaren. Ik mocht aan niemand vertellen dat mijn moeder eigenlijk niet joods was en wij maar half.
Terug