Biografie

Vroege jaren

Ik werd in 1934 geboren in Jakarta in Indonesië, dat toen nog een kolonie was van Nederland. Met mijn ouders, zus en broertje leefde ik een comfortabel leven omringd door Indonesische bedienden. In mijn wereldbeeld stonden wij witte Nederlanders bovenaan, de Indonesiërs onderaan en de Chinese winkeliers ertussenin. En zoals ieder kind ervoer ik dat als vanzelfsprekend.

Anne-Ruth-Wertheim,Nazi-leger,akarta in Indonesië,racisme


Anne-Ruth-Wertheim Foto: Anja-Meulenbelt

In 1942, ik was toen zeven jaar oud, werd mijn wereldbeeld van de ene dag op de andere op z’n kop gezet. De Japanners bezetten Nederlands-Indië en sloten alle witte Nederlanders op in kampen, de mannen apart van de vrouwen en kinderen. We leden honger en werden in bedwang gehouden met de dreiging van geweld. Ontsnappen was onmogelijk – buiten het kamp zouden we onmiddellijk opvallen tussen de Indonesiërs, Indo-Europeanen, Chinezen en Japanners. Bovendien zouden niet veel Indonesiërs het risico willen lopen ons, hun vroegere overheersers, te verbergen.

Halverwege de oorlog gingen de Japanners, in navolging van hun bontgenoot Nazi-Duitsland, de joodse gevangenen apart zetten. Mijn vader, die in een mannenkamp zat, was joods maar mijn moeder niet. Wij, de kinderen, waren dus half-joods en de Japanners dreigden ons zonder haar naar een joods kamp te sturen. Om met ons mee te mogen heeft zij toen gedaan alsof zijzelf ook joods was. Na de oorlog hoorden we hoe in Europa vrijwel onze hele familie van vaderskant was omgebracht. Mijn joodse grootouders hadden een eind aan hun leven gemaakt op de dag dat Nederland capituleerde voor het Nazi-leger.
Het waren al deze ervaringen met gedwongen racistische keuzen, geheimhouding en dreiging met geweld die de basis vormden van mijn latere onderzoek naar het wezen van het racisme.

Terug in Nederland

Van 1947 tot 1953 bezocht ik het Amsterdams Montessori Lyceum, waar de docenten je veel verantwoordelijkheid toevertrouwden voor je eigen leerproces. Ook in de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie), waar de jongeren zelf de leiding hebben, leerde ik te vertrouwen op mijn vermogen vorm te geven aan mijn ideeën.

In 1953 ging ik biologie studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 1957 trouwde ik en verhuisden we naar Wageningen waar we onze dochters Kathelijne van Kammen en Dorothee van Kammen kregen. Het jaar 1964 brachten we door in Berkeley in de Verenigde Staten, waar onze dochter Jessika van Kammen geboren werd. Daar participeerde ik samen met Kathelijne in een Parent Cooperative Nursery School. De nieuwe opvoedingsmethoden die men daar ontwikkelde inspireerden me om na terugkomst in Wageningen in 1965 samen met andere ouders, de eerste Peuterspeelzaal in Nederland op te richten. We zorgden ervoor dat kinderen van anderhalf tot vier jaar zich samen konden ontwikkelen in hun spel. En we namen de openingstijden zo ruim dat hun beide ouders in deeltijd konden werken en hun opvoedingstaken eerlijk delen.

Van 1967 tot 1984 gaf ik biologieles aan het Wagenings Lyceum. Samen met collega docenten zocht ik naar alternatieven voor het rigide en selecterende onderwijs waarin leerlingen vooral leren met elkaar te concurreren en afleren de wereld te onderzoeken en samen te werken. Wij ontwikkelden een vorm van projectonderwijs die ook bruikbaar bleek in MAVO en VMBO. In Open Projectonderwijs leren leerlingen zelfstandig onderzoek te doen in door henzelf gevormde groepjes, naar door henzelf gekozen onderwerpen, binnen en buiten de school, en tegelijkertijd samen te werken op een gelijkwaardige manier.

Vanaf 1984 tot halverwege de jaren negentig zette ik mijn ontwikkelingswerk in de educatie van jongeren en volwassenen voort in verschillende verbanden. Het ging erom ‘het verstandelijke’ en ‘het emotionele’ met elkaar te verbinden in methoden die gericht waren op mondiale- en vredesvraagstukken en met name op het analyseren en bestrijden van racisme.

Onderzoek naar de aard van racisme

Intussen waren mijn dochters het huis uit, was ik met mijn nieuwe levensgezel Rudi Künzel naar Amsterdam verhuisd en zette ik mijn onderzoek naar het wezen van het racisme voort. Dat onderzoek was begonnen met de lessen van mijn vader, de socioloog van Zuid Oost Azië, Wim F. Wertheim (1907-1998). Hij onderscheidde twee soorten racisme: koloniaal of uitbuitings-racisme (gebaseerd op neerkijken en minachting) en concurrentie-racisme (gebaseerd op afgunst, wantrouwen en angst). Dat laatste heeft veel gemeen met het antisemitisme.

In mijn werk in de educatie nam ik waar dat deze twee soorten racisme naast elkaar voorkomen. En ik ontdekte dat binnen dit mengsel het concurrentie-racisme toeneemt en het uitbuitingsracisme afneemt. De eerste zogenaamde gastarbeiders en de mensen uit de koloniën hadden vooral nog te lijden van het oude, vertrouwde koloniale racisme – er werd op ze neergekeken. Dat neerkijken is nog lang niet verdwenen, maar nu hun kinderen en kleinkinderen beter in staat worden tot concurreren, krijgt het hedendaags racisme steeds meer trekken van het concurrentieracisme en richt zich op hun culturele kenmerken – met name de moslims zijn nu doelwit geworden en in wezen alle niet-westerse immigranten.

Ik voorspel dat deze verschuiving zich zal voortzetten en dat daarmee de kans op massaal geweld toeneemt. Er is dus alle reden mijn werk als onafhankelijk onderzoeker, publicist en activist voort te zetten.

Nog een paar andere activiteiten

Beeldhouwen
Toen ik al over de zestig was verwerkelijkte ik een droom uit mijn jonge jaren en ging beeldhouwen in harde steen. Zie ook Denkbeelden

Dagboeken schrijven over kleinkinderen
Mijn levensgezel en ik hebben samen negen kleinkinderen, drie van hem en zes van mij. Van de oudste zes hield ik gedetailleerde dagboeken bij, speciaal van onze dialogen, al die dagen dat mijn dochters en schoonzoons aan het werk waren en hun eigen emancipatie vorm gaven. Ook hadden we ze graag te logeren in verschillende combinaties van zusjes, broertjes, neefjes en nichtjes. Ondertussen zijn wij nu zodanig gedigitaliseerd dat we onze belevenissen met de jongere kleinkinderen vastleggen in kleine filmpjes.

Amsterdam, 2021
 Anne-Ruth Wertheim