KIEZEN TUSSEN ERG EN ERGER
Mensen die de vergelijking maken tussen de Holocaust en wat Israël doet met de Palestijnen, worden al gauw van antisemitisme beticht. Maar vergelijken is niet hetzelfde als gelijk stellen. Er zijn inderdaad verschillen, maar ook overeenkomsten. In dit artikel beschrijf ik de overeenkomsten tussen wat Israël doet met de Palestijnen en wat de Nazi’s destijds deden met de Joden.
Anne-Ruth Wertheim
KIEZEN TUSSEN ERG EN ERGER
Hoe onderdrukte mensen telkens moeten kiezen tussen een nieuwe situatie, waarin hun mogelijkheden beperkt worden en een alternatief, dat nog ongunstiger voor ze is.
En hoe ze op die manier medeverantwoordelijk worden gemaakt voor hun uiteindelijke, onbekende lot.
Is wat Israël doet met de Palestijnen te vergelijken met wat de Nazi’s deden met de Joden?
Daarover is van alles te doen geweest, laatst nog toen Frans Timmermans iets in die richting had gezegd. Die werd toen onmiddellijk beticht van antisemitisme en met hem ook maar meteen het hele PRO, waarvan hij een prominent is. Maar ik zal laten zien dat hij het bij het rechte eind had: wat Israël doet met de Palestijnen is te vergelijken met wat de Nazi’s deden met de Joden.
Vergelijken is niet hetzelfde als gelijk stellen. Als je gebeurtenissen of reeksen van gebeurtenissen, processen dus, met elkaar vergelijkt, som je de overeenkomsten op, maar óók de verschillen. En er zijn inderdaad ook verschillen tussen wat de Nazi’s deden met de Joden en wat Israël doet met de Palestijnen. Bijvoorbeeld zijn er in Gaza of op de Westelijke Jordaanoever natuurlijk geen gaskamers. Maar de Joden kwamen niet zomaar pardoes terecht in de gaskamers van Oost-Europa, daar ging een langdurig proces aan vooraf, waarvan het eind al die tijd in nevelen gehuld bleef.
Laat ik als voorbeeld mijn oudtante Phine Asbacher-van Gelder nemen, één van de zusters van mijn grootmoeder Heintje Wertheim-van Gelder. Zij en haar man woonden in een mooi huisje met een tuin in Aerdenhout toen ze in 1942, voor hun eigen veiligheid heette het, moesten verhuizen naar een bovenwoning in de Transvaalbuurt van Amsterdam Oost. In deze buurt werden de Joden door de Nazi's geconcentreerd; na verloop van tijd was zo'n 80 procent van de inwoners joods. Omdat de wijk geografisch ingesloten lag tussen de ringvaart en de verhoogde spoorlijn, was het gebied eenvoudig hermetisch af te sluiten. Vervolgens werden mijn oudtante en haar man, ook weer voor hun eigen bestwil, via Station Muiderpoort op transport gesteld naar Kamp Westerbork. En van daaruit werden ze al gauw gedeporteerd naar Sobibor, waar haar man werd omgebracht op 7 mei 1943 en zij een paar maanden later, op 23 juli 1943 - ze waren toen respectievelijk 61 en 59 jaar oud. Mijn grootmoeder zelf wist aan dit lot te ontsnappen door op 14 mei 1940, toen Nederland capituleerde voor de Duitsers, samen met mijn grootvader Jonas Mozeszoon Wertheim, een eind te maken aan haar leven. Zij hadden voorzien wat er met de Joden zou gebeuren.
Het stapsgewijze proces, de manier waarop de Joden steeds verder de fuik in werden gedreven, is lucide beschreven door de Poolse Jood Zygmunt Bauman. In zijn beroemde boek: ‘’Modernity and the Holocaust’’ uit 1989 laat hij zien hoe de fuikwerking waarmee de Joden in de richting van hun dood werden gedreven, bij elke volgende stap vergezeld ging van een keuze, een keuze tussen erg en erger. Die keuze moesten de Joden zelf maken en op die manier zorgde het doortrapte systeem ervoor dat iedere Jood persoonlijk betrokken werd bij zijn eigen ondergang. Terwijl het eind van het proces in het duister bleef.
Dit proces waarin de mensen bij het betreden van ieder volgend compartiment van de fuik worden gedwongen te kiezen tussen erg en erger, zie je ook gebeuren met de Palestijnen in Gaza en in zekere zin ook op de Westelijke Jordaanoever. En ook daar blijft de uiteindelijke uitkomst voor de mensen verborgen. Het is ermee begonnen dat ze met geweld werden verdreven uit hun huizen in de dorpen, toen de staat Israël gesticht werd. Ze werden door Israëlische soldaten beschoten vanuit de heuvels, hun dorpen werden met de grond gelijk gemaakt en het werd ze gaandeweg duidelijk dat ze alleen konden overleven door zich te laten opvangen in vluchtelingenkampen. Daar werden ze dicht opeen gepakt in tenten en later ook in gebouwen onder steeds beroerdere omstandigheden. Aanvankelijk konden ze die kampen nog verlaten, bijvoorbeeld om te gaan werken in Israël. Maar stap voor stap werd hun bewegingsvrijheid ingeperkt.
In Gaza gebeurde de insluiting door middel van een elektrisch geladen omheining om het hele gebied heen met op gezette afstanden wachttorens, van waaruit de inwoners dag en nacht onder schot werden gehouden. Op de Westelijke Jordaanoever ging het een beetje anders. Daar vestigden zich, op steeds meer plekken verspreid over het hele gebied, Israëlische kolonisten door Palestijnse gronden in beslag te nemen en daarop nederzettingen te bouwen waar de Palestijnen niet meer mochten komen. Die nederzettingen werden met elkaar verbonden door een complex systeem van wegen met checkpoints, uitsluitend bestemd voor de Palestijnse inwoners.
In de loop van de jaren ontstonden er in Gaza een paar keer vormen van tegenstand, zoals die overwegend geweldloze keer in 2018-2019, toen telkens groepjes ongewapende mensen de omheining van binnenuit probeerden te benaderen. Waarop de Gazanen kennis maakten met hoe dit door Israël werd afgestraft, ze werden beschoten in hun knieën. Al vanaf 2006 waren er met enige regelmaat, steeds als strafmaatregel op een actie, perioden geweest waarin hele gebieden werden gebombardeerd. Deze bombardementen kregen na de uitval op 7 oktober 2023 vanuit Gaza naar Israëlisch grondgebied, een min of meer permanent karakter. Voorafgaand aan ieder bombardement kregen de inwoners de keuze voorgelegd te vertrekken naar een andere regio binnen het gebied, steevast met als opgegeven reden dat ze daar veilig zouden zijn. Dat was de minder erge mogelijkheid en de meesten gaven daar gehoor aan en gingen op weg. Om wanneer ze eenmaal in dat aangewezen gebied waren aangekomen, te ontdekken dat ze daar even hard werden gebombardeerd. Ze hadden gekozen tussen erg, vertrekken uit hun verblijfplaatsen of erger, gebombardeerd worden. De laatste maanden komt daar nog bij dat het totale gebied waarbinnen de Gazanen zich mogen bewegen, wordt ingekrompen met behulp van de zogenaamde Gele Lijn en dat gebeurt ook weer stap voor stap.
De bombardementen joegen niet alleen de mensen voortdurend op, maar zorgden er ook voor dat de weinige mogelijkheden die ze nog hadden om in hun eigen onderhoud te voorzien, hen ontnomen werden. Zo hadden ze aanvankelijk zelf nog enig voedsel kunnen verbouwen en zijn ze nu vrijwel helemaal aangewezen op wat Israël aan voedsel en medicijnen toelaat. Ook is het de Gazanen na 7 oktober 2023 niet meer toegestaan nog buiten de omheining in Israël te werken. Tot die tijd werd dat door 1% van hen gedaan, ongeveer 20 000 mensen. Weliswaar moesten die arbeiders iedere dag vernederende procedures ondergaan om ’s morgens voor het werk en ’s avonds erna de omheining te mogen passeren, maar sindsdien komt er niemand meer in en uit de Gazastrook. Ook dat wordt gemotiveerd met het argument dat het voor hun eigen bestwil is, buiten Gaza zouden ze gevaar lopen vanwege de woede van de daar wonende Israëliërs over wat er gebeurde op 7 oktober 2023.
Zo’n stapsgewijs proces waarbij je telkens bij het betreden van het volgende compartiment van de fuik voor de keuze wordt gesteld tussen erg en erger heb ik zelf als kind ook meegemaakt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waande ons gezin zich ver weg in Indonesië, dat toen nog een kolonie was van Nederland, veilig voor de Nazi’s. Maar wij zouden al gauw ondervinden dat de lange arm van de Holocaust ons ook daar zou weten te vinden. In 1942, toen ik zeven jaar oud was, vielen de Japanners binnen en bezetten het uitgestrekte eilandenrijk. Op dat moment woonden daar zestig miljoen Indonesiërs en wij Nederlanders, die tot dat moment de macht uitoefenden, waren maar met zijn drie honderdduizenden. Voor de bezettende macht Japan was het een koud kunstje om al die Nederlanders hun macht te ontnemen door ze op te sluiten in kampen. En dat was precies wat ze deden in de eerste maanden van hun aanwezigheid, ze stichtten verspreid over de archipel zo’n driehonderd kampen, elk met ongeveer duizend gevangenen, apart voor mannen en voor vrouwen en kinderen. Het ene kamp was erger dan het andere, maar in alle kampen werden de mensen dicht opeen gepakt binnen een omheining, kregen ze te weinig te eten en nauwelijks medicijnen en werden ze in bedwang gehouden met gewelddadige straffen op iedere vorm van tegenstand. En ze werden dag en nacht onder schot gehouden vanuit hoge bamboe torens.

Een fuik
Mijn vader was al meteen gevangen gezet op de dag dat het koloniale gezag zich had overgegeven. Maar mijn zus, broertje en ik konden samen met mijn moeder nog enige tijd blijven wonen in ons huis aan de eendenvijver in Batavia, het tegenwoordige Jakarta. Dat had gekund doordat mijn moeder op de dag dat de bezetting begon, op aanraden van mijn vader al hun geld van de bank had gehaald - alle salarissen werden op dat moment immers stopgezet. Veel Nederlanders hebben toen de misrekening gemaakt en het omgekeerde gedaan, ze brachten hun geld naar de bank en raakten daardoor al gauw in de positie dat ze zich wel moesten laten interneren.
Maar ook wij kregen op een dag te verstaan dat wij ons toch beter gevangen konden laten zetten in een vrouwenkamp, eufemistisch aangeduid met ‘’beschermde wijk’’. Aanvankelijk mochten de gevangenen overdag die wijken nog verlaten, maar al gauw werden ze hermetisch gesloten. Wij vonden het erg om het kamp in te moeten, want hoewel er na die sluiting nauwelijks meer berichten naar buiten waren gekomen, hadden we wel begrepen dat de omstandigheden daar steeds slechter werden. Maar buiten het kamp, zo kregen wij te horen, zouden we gevaar lopen door de Indonesische bevolking te worden aangevallen en dat zou nog erger zijn. We kozen er daarom voor het kamp in te gaan. En toen we daar eenmaal een jaarlang waren, kreeg onze moeder opnieuw een keuze voorgeschoteld met verstrekkende gevolgen.
De order die wij op 24 september 1944 van het Japanse kampcommando kregen, luidde dat iedereen die ook maar één druppel joods bloed in zijn aderen had, naar een apart kamp gestuurd zou worden. Zoals bekend, was Japan geallieerd met Nazi-Duitsland, en na de oorlog is duidelijk geworden hoe het de Nazi’s in dit stadium van de bezetting gelukt was de Japanners ertoe te brengen de joodse geïnterneerden apart te zetten.
Mijn moeder zelf was niet joods, maar wij, kinderen van onze joodse vader, waren half-joods. Zij lag nachten wakker en vroeg zich af of ze ons zou opgeven en zo het risico lopen dat wij naar het joodse kamp zouden moeten en zij in dit kamp zou moeten achterblijven. Ze overwoog dat de Japanners waarschijnlijk niet wisten dat de naam Wertheim als joods bekend staat. Maar onze Nederlandse medegevangenen wisten dat natuurlijk maar al te goed, er hoefde er dus maar één te zijn die ons zou verraden. En iedereen wist wat er zou gebeuren wanneer je een order van de Japanners niet opvolgde. Met mijn vader kon ze niet overleggen, want die zat ver weg in een mannenkamp en we wisten niet eens of hij nog wel leefde. Maar na de oorlog kwamen wij te weten dat hij na lang beraad besloten had het risico te nemen en zich niet als Jood te laten registreren.
Tenslotte besloot mijn moeder het ergere, de mogelijkheid dat zij van ons gescheiden zou worden, te vermijden en te kiezen voor het erge. Ze liet zichzelf als joods registreren, zodat wij niet meer half-joods waren, maar heel. En zo zijn wij samen met haar naar het joodse vrouwenkamp Tangerang gegaan. Van daaruit zijn we met alle andere joodse vrouwen en kinderen nog overgebracht naar het kamp Adek en daar zijn we tot het eind van de oorlog gebleven. In de dagen voordat we op transport moesten, maakte ik voor het eerst kennis met het verschijnsel antisemitisme. Ik zie een van de vriendjes van mijn broertje nog voor me terwijl hij op een afstandje naar ons staat te scanderen: ‘’Jullie moeten naar Tangerang, want jullie zijn Klojoden!’’
Voor ons was Tangerang, en later ook Adek, stukken erger dan het kamp waar wij uit kwamen. Het was er nog smeriger, er heersten nog meer ziekten waarvoor geen medicijnen waren, er gingen nog meer mensen dood, ook kinderen en we leden nog meer honger. En hier werden we allemaal gedwongen te kijken naar het tot bloedens toe straffen van ontsnapte Indonesische bewakers die onder commando stonden van de Japanners - de methode die zij erop nahielden om ons eronder te houden. Maar van onze joodse medegevangenen die vanuit andere vrouwenkampen op West-Java in Tangerang terecht waren gekomen, begrepen we dat dit kamp voor hen juist een zekere verbetering had ingehouden.
Wanneer je dus, alles overziend, de vergelijking maakt tussen het apart zetten van de Joden zoals de Japanners dat deden, en wat de Nazi’s deden met de Joden in Europa, kun je zeggen dat er heel wat overeenkomsten zijn. Maar wezenlijk verschillend was dat de Japanners, voor zover ik dat na de oorlog heb kunnen nagaan, niet de bedoeling hadden ons om te brengen.
Nog even terug naar wat er gebeurt op de Westelijke Jordaanoever. Daar worden de mensen niet gebombardeerd, maar op een andere manier stap voor stap samen gedrongen op steeds kleinere gebieden en worden hun omstandigheden met de dag beroerder. En ook zij krijgen telkens keuzen voorgelegd tussen erg en erger en worden zo persoonlijk medeverantwoordelijk gemaakt voor de verslechtering van hun omstandigheden, zonder te weten waar dat alles eindigt. Wanneer er weer een nieuwe Israëlische nederzetting gesticht gaat worden, meestal te zien aan het verschijnen van een tijdelijke camper op hun land, weten de Palestijnse bewoners wat er gaat gebeuren wanneer ze daartegen in opstand komen. Ze zullen worden aangevallen, vaak gewapenderhand en er kunnen doden vallen, met hulp of minstens onder toeziend oog van het Israëlische leger. Wat is erger, de dood vinden of je land kwijtraken?
Zygmunt Bauman heeft nog een aspect van de Holocaust belicht dat terug te zien is in de manier waarop Israël omgaat met de Palestijnen. En dat betreft de tijdsspanne tussen de orders waarmee de Nazi’s de Joden weer in een volgend compartiment van de fuik probeerden te krijgen. Die tijdspannes moesten niet al te kort zijn, want de Joden hadden hun vorige keuze tussen erg en erger juist vaak gemaakt om tijd te winnen. En wanneer de volgende maatregel al te gauw daarna kwam, dreigden de Nazi’s de medewerking van hun potentiële slachtoffers te verliezen. Ook dat is te zien in de manier waarop Israël te werk gaat in de Palestijnse gebieden, er wordt altijd enige tijd genomen tussen de ene en de volgende maatregel.
Een laatste aspect dat ik wil aanhalen uit het werk van Bauman en dat ook op gaat voor wat de Palestijnen wordt aangedaan, is het proberen te verbergen van hun daden voor de buitenwereld. De Nazi’s hebben hemel en aarde bewogen om hun gaskamers verborgen te houden voor de buitenwereld en dat is ze wonderwel gelukt. Datzelfde geldt in elk geval voor wat er in Gaza gebeurt, waar nauwelijks journalisten binnen mogen komen terwijl er bovendien intussen, zoals bekend is, heel wat van hen zijn vermoord.
Kortom, vergelijken is niet hetzelfde als gelijkstellen. Tussen de manieren waarop de Nazi’s destijds de Joden behandelden en Israël tegenwoordig de Palestijnen, zijn inderdaad verschillen, maar ook overeenkomsten. En die overeenkomsten moeten benoemd mogen worden zonder dat de zegslieden worden verguisd.