Link naar Indonesische vertaling van dit artikel

Mijn vader, Wim F. Wertheim (1907-1998), hoogleraar Sociologie en Geschiedenis van Zuidoost-Azië, liet ongeveer 4000 boeken na. Wij, zijn kinderen, wilden zijn bibliotheek intact laten, en in het volgende artikel beschrijf ik onze pogingen daartoe.

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

Anne-Ruth Wertheim

Hoe kwamen zijn boeken uiteindelijk in Jogya terecht?
De bibliotheek van mijn vader, W.F. Wertheim (1907-1998), hoogleraar in de sociologie en geschiedenis van Zuidoost Azië, omvatte ongeveer vierduizend boeken. Als wij kinderen hem in de laatste jaren van zijn leven vroegen wat daarmee moest gebeuren na zijn dood, antwoordde hij steevast dat we dat zelf mochten weten. Hij vond dat je je nabestaanden niet moet opzadelen met taken waarvan je de zwaarte niet goed kunt wegen. Wij dachten dan lichtvaardig: dat zien we wel als het zover is, want hij is wel al oud, maar er mankeert hem nog niks en hij schrijft nog artikelen en ingezonden brieven aan kranten, en zelfs nog een boek.

Maar toen het in 1998 zover was, doemden er ingewikkelde vragen op. Zouden we proberen de boel bij elkaar te houden? De combinatie van boeken zei immers zoveel over hem, over zijn manier van denken, over wat hij belangrijk vond, over zijn betrokkenheid bij de volkeren van Zuidoost Azië, dat van Indonesië in het bijzonder. De verzameling zei ook zoveel over hoe hij te werk was gegaan, hoe hij jaar in jaar uit de boeken had aangeschaft die aansloten bij zijn onderzoek van dat moment. En in nogal wat van zijn boeken vonden we zijn handschrift terug, in zacht potlood geschreven in de kantlijn. Of er stond voorin een opdracht van de schenker, niet zelden de auteur van het boek.

Mijn zus Marijke The-Wertheim, zwager The Siauw Giap, broer Hugo Wertheim, schoonzus Pauline Wertheim-van Dillen, mijn levensgezel Rudi Künzel en ik staken daarom de koppen bij elkaar en besloten eerst te proberen of er ergens op de wereld een Universiteitsbibliotheek was die de hele verzameling wilde hebben. Tijdens zijn leven had hij immers met talloze universiteiten over de hele wereld contacten onderhouden en wie weet was er daar één bij die zoiets interessant zou vinden? We begonnen daarom brieven te schrijven aan die universiteiten, variërend van Europa tot Azië en van de V.S. en Canada tot Australië. Maar geen van alle hadden ze belangstelling. Ze wilden alleen de boeken hebben die zijzelf niet bezaten en vroegen ons daarom dringend om een inventarisatie te sturen, een lijst met boektitels en auteurs.

Nu had onze moeder, Hetty Wertheim – Gijse Weenink (1903-1988) haar hele leven nauwgezet opgeschreven wat er binnenkwam, in zowel haar eigen bibliotheek met onder meer de boeken over haar onderzoek naar de politieke verwikkelingen in de Nederlanden van de achttiende eeuw, als die van onze vader. En in die van mijn vader had ze trouwhartig altijd zijn stempeltje gezet. Haar met de hand geschreven lijsten bevatten niet alleen de titels en de schrijvers, maar vaak nog meer belangrijke gegevens. Na haar dood in 1988 had mijn vader deze klus voortgezet en zo troffen we verspreid tussen zijn boeken, soms achter de boekenrijen verstopt geraakt, acht volgeschreven folioschriften aan. Die zijn toen door de medewerkers van het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG ) op microfilm gezet om de aangeschreven universiteitsbibliotheken de gelegenheid te geven uit te kiezen welke boeken ze wel wilden hebben en welke niet.

We vonden het jammer dat de bibliotheek uit elkaar zou vallen en besloten dan maar een uitdeling te houden onder zijn vrienden en vriendinnen. Wekelijks nodigden we er een paar uit in zijn flat in Wageningen om één boek als aandenken te komen uitzoeken. Dat waren mooie bijeenkomsten waar we de gasten verwelkomden met Indonesische lekkernijen en samen herinneringen ophaalden. Vanzelfsprekend hielden we nauwkeurig aantekening van de boeken die zij meenamen, en dat waren er uiteindelijk ongeveer honderd. Daarbij inbegrepen de boeken die verscheept waren naar het Sociologisch Instituut in Hanoi. De overige boeken werden vervolgens door het IISG opgehaald en in hun kelder opgeslagen, waarna de medewerkers ervoor zouden zorgen dat de verschillende universiteiten hun aangevraagde boeken kregen toegestuurd.

Boeken lezen werd ons met de paplepel ingegoten
Ons kinderen was het belang van boeken lezen met de paplepel ingegoten, en dat was niet onderbroken in de jaren die we doorbrachten in de Jappenkampen. Zowel in de vrouwen- als in de mannenkampen had ieder van de ongeveer tweeduizend gevangenen één of meer boeken meegenomen en die werden onderling geruild om samen een veelsoortige bibliotheek te vormen.

Ik zie nog voor me hoe mijn moeder op de koffers voor onze barak samen met haar vriendinnen zit te lezen en ze elkaar interessante passages aanwijzen. Ikzelf had nog maar weinig school gehad, maar weet nog hoe ik daar ‘’Een zomer op Heidehoeve’’ las van Fenna Feenstra en ‘’Ams houdt van Indië’’ van M.J. van Marle-Huibregtse.
En lang na onze kamptijd is me duidelijk geworden dat boeken ook een sleutelrol hadden vervuld in hoe onze ouders los van elkaar tot de overtuiging waren gekomen dat het Indonesische volk recht had op onafhankelijkheid. Om te beginnen hadden zij en ook wij kinderen nu zelf meegemaakt wat het betekende racistisch bejegend te worden, honger te lijden en onderhevig te zijn aan de dreiging van geweld. Maar het lezen van kritische sociologische werken en daarover van gedachten wisselen met geestverwante medegevangenen was voor hen van doorslaggevende betekenis geweest.

Met het uitzoeken van de boeken voor de universiteitsbibliotheken in het buitenland was het IISG net begonnen toen mijn zus Marijke The-Wertheim plotseling naar Indonesië moest reizen in verband met een sterfgeval in de familie van haar Indonesisch/Chinese man, The Siauw Giap. Ze logeerde toen in Yogyakarta bij een bevriende oud-leerling van mijn vader, prof. Sartono Kartodirdjo (1921-2007) en zijn vrouw Sri. De families The en Sartono hadden in de jaren zestig ruim een jaar lang in Amsterdam samengewoond toen Sartono onder leiding van mijn vader werkte aan zijn onderzoek over de boerenopstand van 1888 in Banten, een regio op West Java.

Toen Marijke aan Sartono vertelde over onze mislukte pogingen om de bibliotheek in zijn geheel ergens onder te brengen, bood hij meteen aan dat te doen in zijn eigen instituut aan de Gadjah Mada Universiteit van Yogyakarta, het PSPK (= Instituut voor Plattelands-en Regionale Studies). Hij beschouwde het als een eer dat in zijn instituut wetenschappers en studenten van over de hele wereld en vooral die uit Indonesië zelf, gebruik zouden kunnen maken van de boeken die zijn leermeester tijdens zijn leven had verzameld. En zo gebeurde het dat het IISG de boeken niet meer over de wereld hoefde te verspreiden maar ze allemaal naar Yogyakarta kon versturen waar in 2002 de ‘’Wertheim Collection’’ werd geopend. Bij die opening op 10 april 2002 waren Rudi Künzel en ik aanwezig en dat was een plechtige bijeenkomst in de werkkamer van prof. Sartono, met daarna een rondleiding langs de stellingen met boeken in de zaal waarop het bord ‘’Wertheim Collection’’ prijkte.

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

Opening Wertheim Collection op 10 april 2002, prof. Sartono in batik overhemd.

We bezochten de bibliotheek om de paar jaar
Om de paar jaar hebben we de bibliotheek nadien bezocht, in 2007, 2010, 2014 en 2023, telkens met andere kinderen en kleinkinderen. Hetzelfde gold voor mijn zus en broer, samen met hun kinderen en kleinkinderen. Tijdens ieder van die bezoeken gaf de bibliothecaris van dienst inzicht in hoe vaak er boeken werden uitgeleend, welke dat waren, wie ze geleend hadden en voor hoe lang, alles met de hand genoteerd in een groot schrift.

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

Ons bezoek in 2010 met dochter Dorothee, schoonzoon Harry en kleinzoons Milan en Ramon. Vooraan in witte bloes dochter Witha van prof. Sartono.

Helaas overleed prof. Sartono in 2007. Maar zijn opvolgers zijn de bibliotheek daarna precies even zorgvuldig gaan beheren. Alleen zal hun betrokkenheid niet zo ver zijn gegaan dat zij persoonlijk wilden toezien op iedere uitlening. Prof. Sartono wilde, zo vertelden ons de bibliothecarissen gniffelend, in die eerste jaren bij iedere uitlening gewaarschuwd worden om te komen kijken of dat wel goed ging. Hij woonde met zijn vrouw in een villa vlak achter het instituut en hoefde alleen maar even door zijn achtertuin te lopen om de bibliotheek te bereiken.

Met het aantal uitgeleende boeken was iets interessants aan de hand. Tot en met ons bezoek in 2010 was dat altijd beperkt geweest, meestal een paar per maand. Maar in 2014 was er ineens iets veranderd: het aantal bezoekers was enorm toegenomen. Dit vertelde ons mevrouw Lestari Pudwi Astuti, die toen de bibliothecaresse was, terwijl ze ons enthousiast het schrift met de vele uitleningen liet zien. Vanwege deze toename was er zelfs naast de bibliotheek een zaal ingericht met een grote tafel in het midden waar de studenten konden zitten werken. Op onze verheugde vraag hoe dit zo gekomen was, werd ons verteld dat sinds enige tijd de studenten Geschiedenis aan de Gadjah Mada Universiteit verplicht waren Nederlands te leren. Van de boeken in de ‘’Wertheim Collection’’ is een groot deel geschreven in andere talen dan Nederlands: Engels, Frans, Duits en natuurlijk Indonesisch. Maar een niet onbelangrijk deel is in het Nederlands en daarbij zijn juist veel lijvige rapporten van bestuursambtenaren, bijvoorbeeld over de ontwikkelingen op het platteland van Indonesië, en wetenschappelijke onderzoeksverslagen, die van alles te zeggen hebben over de bestuurlijke gang van zaken in de koloniale tijd.

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

Bezoek in 2014, met dochters Jessika en Kathelijne en kleindochter Mayte. De persoon het meest links is de kleinzoon van prof. Sartono, Stefanus Nindito.

Nu de Wertheim Collection er eenmaal was, kon al dat bijzondere wetenschappelijke onderzoek over het land en het volk eindelijk ten goede komen aan de Indonesische bevolking zelf. Mijn vader had na de zogenaamde ‘’politionele acties’’ vaak tegen ons gezegd dat het allerergste van die koloniale oorlogen natuurlijk was geweest dat er zoveel onnodige doden en gewonden waren gevallen. Maar dat we niet moesten vergeten dat de kortzichtige en oorlogszuchtige manier waarop Nederland tekeer was gegaan, ook had voorkomen dat er tussen Nederland en Indonesië een gelijkwaardige relatie had kunnen ontstaan. En dat daarmee de kans verkeken was dat de Indonesiërs kennis konden nemen van al het wetenschappelijk onderzoek naar hun land en volk dat lag opgeslagen in Nederland.

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

2014. Mevrouw Lestari toont het schrift.

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

2014. Er is een zaal ingericht voor de studenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indonesië had nog maar kort zijn onafhankelijkheid terug, toen het land in 1965/1966 ten prooi viel aan het dictatoriale regime van generaal Soeharto, waaronder het tot 1998 heeft geleden. Al die tweeëndertig jaren hebben de achtereenvolgende Nederlandse regeringen dit regime geen strobreed in de weg gelegd. Maar daar stond tegenover dat hier in Nederland al gauw een gemeenschap van Indonesische vluchtelingen ontstond die alles op alles heeft gezet om hun landgenoten bij te staan. Waarbij ze krachtig werden ondersteund door Nederlandse bondgenoten, onder wie mijn vader.

Een gebruiker van de bibliotheek op afstand
Eén van de politieke gevangenen van het regime was de beroemde Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer, die veertien jaar lang zonder enige vorm van proces gevangen heeft gezeten op het onherbergzame eiland Boeroe. De laatste paar jaar mocht hij daar overdag op een oude versleten typemachine verhalen schrijven, wat tot gevolg had dat zijn medegevangenen zijn deel van de dwangarbeid erbij moesten nemen. Maar dat hadden ze er graag voor over, want elke avond las hij ze voor wat hij die dag geschreven had. Zo kwam om te beginnen ‘’Aarde der mensen’’ tot stand, het eerste deel van zijn prachtige vierluik waarin de hoofdpersoon, de Indonesische adellijke ‘’Minke’’ zijn liefde beleeft met een Nederlands-Indonesische vrouw, hetgeen hem op allerlei manieren in botsing brengt met het koloniale gezag.

Minke staat voor de historische figuur Tirto Adhi Soerjo (1880-1918), een edelman en journalist, pionier van de Indonesische Nationalistische Beweging en dus één van de eersten die in opstand durfden te komen tegen de koloniale overheersing. Pramoedya had aan het eind van zijn gevangenschap dus wel de kans gekregen te schrijven, maar had natuurlijk geen bibliotheek tot zijn beschikking. De politieke gevangenen mochten geen contact hebben met de buitenwereld, maar soms lukte het toch om brieven naar binnen en naar buiten te smokkelen. Toen ik op een middag in, ik denk 1977, mijn ouders opzocht in hun Wageningse flat, vertrouwde mijn vader me stralend toe dat hij bezig was voor Pramoedya de historische gegevens te verzamelen die hij nodig had om zijn protagonist Tirto te kunnen inkleuren. Ik antwoordde dat ik maar niet zou vragen hoe hij dat voor elkaar had gekregen, waarop hij glimlachte: ‘’Nee, beter van niet …’’. En zo werd Pramoedya dus een gebruiker op afstand van de bibliotheek van mijn vader.

Toen mijn vader in november 1998 vrij plotseling stierf, was het Suharto regime nog maar net gevallen, in mei 1998. Hij was zo blij, en wij met hem, dat hij de val van dat wrede regime nog heeft kunnen meemaken. Maar achteraf heb ik mij gerealiseerd dat ik er in die paar maanden nog niet aan toegekomen was hem te vragen hoe die uitwisseling van brieven met Pramoedya nu eigenlijk in zijn werk was gegaan. Ik veronderstel dat Pater Martinus Brouwer (1923-1991) er een rol in heeft gespeeld, want die had als religieus zielzorger toegang tot het kamp en is een paar keer bij mijn ouders geld komen ophalen voor medicijnen voor de politieke gevangenen.

En onlangs vond Joss Wibisono, een Indonesische wetenschapsjournalist, in het archief van mijn vader in het IISG een briefwisseling tussen hem en Pramoedya. De brieven die hij vond, stammen uit de jaren 80, dus van na Pramoedya's gevangenschap. In die brieven noemde Pramoedya mijn vader "Paman (= Oom) WAG" en Wibisono vroeg zich af wat dit zou kunnen betekenen. Totdat hij bedacht dat het wel ‘’Wageningen’’ moest betekenen, een schuilnaam dus om zich te verbergen voor het Suharto regime dat in die jaren nog steeds aan het bewind was. Het is dus heel goed mogelijk dat mijn vader en Pram deze zelfde naam ook al gebruikten toen ze correspondeerden over Tirto!

Ons laatste bezoek
Ons laatste bezoek vond plaats in 2023 en daarvan is door de mensen van het instituut PSPK een verslag gemaakt en op Facebook geplaatst dat ik tot slot hieronder samenvat.

Het Instituut voor Plattelands- en Regionale Studies (PSPK) van de Gadjah Mada Universiteit (UGM) in Yogyakarta ontving op woensdag 24 mei 2023 speciale gasten: de familie van prof. dr. W.F. Wertheim, regelrecht uit Nederland, het land van de windmolens. Drie personen, Anne-Ruth Wertheim (de biologische dochter van W.F. Wertheim), haar schoonzoon en haar kleindochter arriveerden s’morgens om 10.00 uur precies en het gezelschap werd verwelkomd door prof. dr. Bambang Hudayana, M.A., hoofd van het instituut. Het doel van het bezoek was om de bijdragen van prof. Wertheim aan de ontwikkeling van enkele faculteiten van de UGM te evalueren, evenals zijn bijdragen aan de ‘’Wertheim-Collection’’, die nog steeds netjes bewaard wordt in de bibliotheek van het PSPK.

Naast dit welkomstwoord omvatte het bezoek een discussiesessie met onderzoekers en bibliothecarissen van het PSPK en met studenten aan de UGM. Deze sessie werd geleid door onderzoeker Dr. Mohammad Ghofur, die een verhandeling hield over geschreven opdrachten voorin een aantal boeken in de Collectie. Die bleken te zijn geschreven door de schenkers van die boeken aan prof. Wertheim, meestal zelf ook de auteurs. In een levendige discussie ging men in op de betekenis van opdrachten in wetenschappelijke boeken.

Daarna volgde een korte presentatie door Anne-Ruth Wertheim. Zij zette uiteen hoe de nagelaten boekencollectie van haar vader terecht was gekomen in dit voormalige instituut van prof. Sartono Kartodirdjo. Enerzijds met de bedoeling de door Wertheim verzamelde collectie in zijn oorspronkelijke staat bijeen te houden, en anderzijds in de hoop dat met name Indonesische studenten er gebruik van zouden maken. Deze hoop was gebaseerd op het principe van het nut ervan voor onderzoekers en studenten die hun kennis willen verkennen en verbreden via de boeken, geschriften en gedachten van Wertheim.

Hierop volgde de overhandiging van drie boeken van prof. Wertheim, die nog in Nederland waren achtergebleven. Daarop uitte masterstudent Geschiedenis aan de Gadjah Mada Universiteit (UGM) Taufik, zijn vreugde en dankbaarheid. Eén van die boeken is een zeldzaam, moeilijk te vinden boek dat relevant is voor zijn huidige proefschrift. Niet alleen dat ene boek, maar ook de twee andere spelen een cruciale rol in de verbreding van de kennis, met name op het gebied van plattelands- en regionale studies, sociale verandering in het algemeen en de cultuur die inherent is aan elke inheemse of lokale gemeenschap in hun regio.

Tenslotte volgde een rondleiding door de kamers van het instituut en de boekencollectie van prof. Wertheim, nam de familie Wertheim afscheid en wisselden allen een afscheidsgroet uit 2023

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

Overhandiging van de boeken 2023 aan prof. Bambang Hudayana met kleindochter Lucien en schoonzoon Jean-Yves.

De bibliotheek van mijn vader, Wim F. Wertheim

Ons afscheid van de medewerkers van het PSPK.