VERTALING IN HET INDONESISCH!

Onlangs zijn de memoires van mijn ouders, Wim F. Wertheim en Hetty Wertheim-Gijse Weenink ‘’Vier wendingen in ons bestaan, Indië verloren, Indonesië geboren’’ (1991) in het Indonesisch verschenen bij Uitgeverij OBOR in Jakarta: Jakarta, Yayasan Pustaka Obor Indonesia (2025), ISBN: 978-623-321-351-6.

link naar de Nederlandse versie van deze Indonesische

Hieronder volgen de twee Voorwoorden, die respectievelijk zijn geschreven door Ken Setiawan en Bonnie Triyana.

Vier Wendingen in Ons Bestaan, Anne-Ruth Wertheim, Donald Trump

Vier Wendingen in Ons Bestaan

Vier wendingen in ons bestaan,

Vier Wendingen in Ons Bestaan

Voorwoord voor de Indonesische vertaling Vier Wendingen in Ons Bestaan: Indië verloren, Indonesië geboren
Ken M.P. Setiawan

Het boek Vier Wendingen in Ons Bestaan: Indië verloren, Indonesië geboren biedt een kijk van dichtbij op het leven van Wim Wertheim en Hetty Wertheim-Gijse Weenink. Van de vier ‘wendingen’ die ze in dit boek belichten, staan er drie in direct verband met Indonesië: hun verhuizing naar Zuid-Sumatra, in wat destijds Nederlands-Indië werd genoemd, gevolgd door de aanloop tot en het eigenlijke begin van de Japanse bezetting, en hun terugkeer naar Nederland – met hun kinderen – na het eind van de Tweede Wereldoorlog. Hun verhalen zijn herinneringen aan heel persoonlijke ervaringen, geplaatst tegen de achtergrond van belangrijke momenten in de geschiedenis van Indonesië, van de laat-koloniale periode tot in de beginjaren van de onafhankelijkheid. Vooral van belang is dat deze verhalen inzicht bieden in cruciale ontwikkelingen in het denken en de houding van mensen die deel uitmaakten van de koloniale elite, en in hun toenemende begrip voor, en uiteindelijke identificatie met de aspiraties van de nationalistische beweging in Indonesië. De denkbeelden die ze ontwikkelden waren zowel onder de koloniale elites als in Nederland in het algemeen hoogst controversieel.

Wim Wertheim was een goede vriend van mijn vader, Hersri Setiawan. Mijn vader ontmoette ‘oom Wim’, zoals hij hem noemde, voor het eerst in de jaren vijftig, toen Wim Wertheim de Universitas Gadjah Mada bezocht, waar mijn vader in die tijd student was en redacteur van het studentenblad. Daarna zou het echter tot eind jaren zeventig duren voor de twee elkaar opnieuw ontmoetten. Dat was kort nadat mijn vader was vrijgelaten uit tien jaar gevangenschap, onder andere in het strafkamp op het eiland Buru, hem opgelegd door het autoritaire Nieuwe Orde-regime dat was ingesteld na de massamoord van 1965-1966. Wim Wertheim ontmoette bij die gelegenheid een aantal voormalige politieke gevangenen en linkse schrijvers, onder wie Pramoedya Ananta Toer, Bakri Siregar, Hasyim Rahman en Joebar Ayub. Niet lang daarna sprak mijn vader Wim Wertheim opnieuw en vroeg Wertheim hem zijn werk te vertalen. Zo kwam een intensieve communicatie tussen hen op gang, die zich al snel ontwikkelde tot een diepgaande vriendschap, gekenmerkt door vertrouwen en hulp over en weer, die voortduurde tot Wim Wertheim overleed.

Dat Wim Wertheim juist een linkse schrijver en voormalige politieke gevangene – een paria in Indonesië – uitkoos om mee samen te werken was geen toeval. Hij koos daarmee, net als eerder in zijn leven, toen hij zich vereenzelvigde met de Indonesische nationalistische beweging, vanuit het diepe rechtvaardigheidsbesef dat hem ook tot een vroege, en zeer uitgesproken criticus van het Soeharto-regime had gemaakt. In Nederland had Wertheim het zogenaamde Komitee Indonesië opgericht, de eerste Nederlandse organisatie die zich solidair verklaarde met de slachtoffers van het Soeharto-regime en de kwestie van het massageweld onder de aandacht van de internationale gemeenschap had gebracht. De organisatie was ook consequent in haar kritiek op de betrokkenheid van de Nederlandse regering bij het Nieuwe Orde-regime. Dat werk was belangrijk, zeker in de context van de Koude Oorlog, toen het de meeste westerse regeringen omwille van hun eigen belangen beter uitkwam weg te kijken van de gruweldaden van het Soehartoregime. Bovendien stuitte het Komitee met zijn werk op kritiek en spot van de kant van veel politieke actoren. Wertheim en het Komitee Indonesië hielden niettemin hun rug recht en boden niet alleen steun aan de slachtoffers van 1965-66, maar aan een breed scala van democratisch gezinde activisten in Indonesië.

Begin jaren tachtig schreef Wim Wertheim mijn vader om hem te laten weten dat Jitske Mulder, een lid van het Komitee Indonesië, naar Indonesië zou komen. Ze was van plan om er onderzoek te doen en Wertheim vroeg mijn vader of hij haar zou willen ontmoeten. Zodoende maakte Hersri kennis met Jitske; ze trouwden enkele maanden daarna en ik werd eind 1981 geboren. Mijn ouders verhuisden zes jaar later, in 1987, naar Nederland. Hoewel mijn ouders’ beslissing om Indonesië te verlaten verband hield met het feit dat mijn moeder terminaal ziek was, had die uiteindelijk ook alles te maken met politieke overwegingen. Niet dat mijn ouders bang waren: mijn vader had onder het Soehartoregime immers, zoals hij eens zei, ‘alles meegemaakt behalve de dood’. Wel maakte de status van mijn vader als voormalig politiek gevangene in Indonesië ons hele gezin kwetsbaar: hij kon bijvoorbeeld op elk moment worden opgepakt en werk vinden was niet makkelijk, want ex-politieke gevangenen mochten in de meeste sectoren niet werken. De Indonesische mensenrechtenadvocaat Yap Thiam Hien zei eens dat degenen die waren gearresteerd en gevangengezet in de nasleep van de massamoorden van 1965 behandeld werden als ‘het uitschot van de maatschappij, beroofd van de meest elementaire rechten die alle andere burgers genieten, als niet meer dan levenloze dingen die van de ene plek naar de andere verplaatst kunnen worden. Ze hebben geen macht en geen stem, (...) ze leiden een steriel leven.’ Het gevolg van dit alles was dat niet alleen mijn vader gevaar liep, maar ons gezin als geheel. De ziekte van mijn moeder had een vergevorderd stadium bereikt en te verwachten viel dat ze een vroege dood zou sterven, zodat ik, hun enige kind, haar bescherming zou verliezen. Vandaar dat ze omwille van mij besloten Indonesië te verlaten.

Mijn eerste kennismaking met Wim Wertheim en zijn vrouw Hetty als geliefde vrienden van mijn ouders vond dus plaats tijdens een drastische verandering in mijn leven. Ik herinner me hen als een warmhartig ouder echtpaar, en hun hartelijkheid bracht mij ertoe hun te vragen of ik ze alsjeblieft opa en oma mocht noemen. Daar stemden ze graag in toe. Oma Hetty overleed helaas in 1988, zodat ik haar niet erg goed heb kunnen leren kennen. Maar ik heb gelukkig wel een relatie kunnen opbouwen met opa Wim, die zijn rol als adoptie-opa zeer serieus nam, niet in de laatste plaats vanwege zijn affectie voor mijn vader. Mijn vader nam me regelmatig mee naar hem en opa Wim was altijd zeer geïnteresseerd in alles wat ik ondernam. Ik herinner me vooral dat ik van opa Wim altijd boeken voor mijn verjaardag kreeg, die met grote zorg waren uitgekozen. Er waren literaire klassiekers bij als De reis om de wereld in tachtig dagen van Jules Verne en Alleen op de wereld van Hector Malot. Veel van de boeken die ik van opa Wim kreeg stonden bekend om hun scherpe veroordeling van onrecht. Toen ik een jaar of negen was, kreeg ik bijvoorbeeld het antislavernijboek De hut van Oom Tom van Harriet Beecher-Stowe. Opa Wim was ook degene die me een speciale druk gaf van het verhaal van Saïdjah en Adinda, een tragisch liefdesverhaal dat de ellende beschrijft als gevolg van het Cultuurstelsel . Kort daarna – en nadat hij me had gevraagd wat ik van het verhaal vond – gaf opa Wim me Max Havelaar van Multatuli, dat in de tijd dat het werd gepubliceerd veel opschudding oogstte wegens zijn baanbrekende kritiek op het Nederlands kolonialisme.

Opa Wim sprak nooit rechtstreeks met mij over zijn politieke ideeën. De manier waarop hij die ideeën overbracht, samen met mijn vader, was veel minder direct, en uiteindelijk veel effectiever. Ik was zo lang als ik me kan herinneren een toehoorder bij de gesprekken die hij met mijn vader had. Via de kritische én prachtige literatuur die hij me aanbood, hielp opa Wim me in de eerste plaats om onrecht te herkennen en bracht hij me in de tweede plaats waarden van rechtvaardigheid, gelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid bij. Tegelijk daarmee voedde hij ons inzicht in onze eigen privileges en posities en de noodzaak om de wereld ook door de ogen van een ander te bekijken en stelling te nemen tegen wat onrechtvaardig is, ook als dit geen populair standpunt is.

Opa Wim overleed in 1998, toen ik me voorbereidde op mijn eindexamen. Het is inmiddels bijna dertig jaar geleden, maar opa Wim is nog altijd sterk aanwezig – niet in de laatste plaats vanwege de nauwe band tussen mijn familie en de familie Wertheim. Maar belangrijker nog is de roep van opa Wim om rechtvaardigheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid, een waarde die de hoeksteen vormt van zowel mijn persoonlijke als mijn professionele leven.

Men kan zich afvragen wat de relevantie is van dit boek, dat zich grotendeels afspeelt in de eerste helft van de twintigste eeuw en zo specifiek is gericht op de laat-koloniale periode en de eerste jaren van de onafhankelijkheid in Indonesië. Ik ben ervan overtuigd dat de onderliggende boodschap van het levensverhaal van Hetty en Wim Wertheim van alle tijden is. De ervaringen die Hetty en Wim Wertheim hebben beleefd, laten ons op tal van punten zien hoe sterk persoonlijke belevenissen verweven zijn met nationale en mondiale politieke ontwikkelingen. Die realiteit vraagt van ons dat we kritisch nadenken over de bredere context waarin persoonlijke veranderingen en belevenissen plaatsvinden. Sterker: de ‘wendingen’ die Hetty en Wim Wertheim hebben doorgemaakt, zijn een aanmoediging om veranderingen in ons persoonlijk leven te zien als kansen tot groei, waarin we altijd moeten zoeken, en streven, naar rechtvaardigheid.

Ken M.P. Setiawan

Voorwoord van Bonnie Triyana voor de Indonesische vertaling van
‘’Vier wendingen in ons bestaan, Indië verloren, Indonesië geboren’’

Twee echtelieden aan de Overkant ( Bonnie Triyana )

Twee echtelieden

Het was niet gemakkelijk voor mij om te voldoen aan het verzoek om een voorwoord te schrijven voor de memoires van het legendarische echtpaar dat hun leven wijdde aan het leven van het Indonesische volk via hun werk. Ten eerste omdat ik dit echtpaar nooit persoonlijk had ontmoet, waardoor de kans om hen van dichtbij te leren kennen, gemist werd. Ten tweede was mijn kennis van Wim Wertheim vrijwel beperkt tot zijn werk, waaronder Indonesian Society in Transition: A Study of Social Change (1964), waarvan in 1999 de Indonesische vertaling uitkwam.

De studie van Wim Wertheim (1907-1998) werd echter intensiever toen ik onderzoek deed naar de massamoord op leden en sympathisanten van de Indonesische Communistische Partij (PM) in Grobogan, Midden-Java, voor het schrijven van een scriptie aan de faculteit Geschiedenis van de Faculteit der Letteren (nu de Faculteit Cultuurwetenschappen) van de Diponegoro Universiteit in Semarang. In één hoofdstuk ging ik specifiek in op de internationalisering van de zaak, met de rol van Wertheim daarin. Nadat ik klaar was met schrijven, voelde ik dat er nog steeds iets ontbrak in het werk, dus besloot ik meer informatie op te zoeken over de rol van Wim Wertheim.

Daartoe bezocht ik in de winter van 2007 Soest, een stadje 37 kilometer ten zuidoosten van Amsterdam, om professor J.M. Pluvier (Jan Pluvier) te ontmoeten, historicus-cum-activist en auteur van het boek Geschiedenis van de Indonesische Nationale Beweging 1930-1942. Samen met Wim Wertheim en verschillende andere vrienden, waaronder Slamet Faiman - een Indonesische scheepsmatroos die vóór de Tweede Wereldoorlog in Nederland woonde en een voorvechter van de ondergrondse beweging tegen de nazi' – had Jan Pluvier het Komitee Indonesia mede opgericht dat zich actief bezighield met kritiek op het beleid van het Soeharto-regime.

Het Komitee Indonesia werd opgericht in 1969, vier jaar na het G3OS-incident van 1965, waarbij veel slachtoffers vielen. Niet alleen officieren van het leger werden gedood op 1 oktober in de vroege ochtend, maar ook honderdduizenden leden en sympathisanten van de Indonesische Communistische Partij (PKI) en loyale aanhangers van Bung Karno, president Soekarno, werden gedood in de reeks gebeurtenissen die volgden.

Ik heb Pluvier uitgebreid gevraagd naar de activiteiten van het Komitee Indonesia. De zaak kreeg brede aandacht in de Nederlandse media nadat Poncke Princen twee Nederlandse journalisten, Henk Colb en Cees van Caspel van de krant De Haagsche Post, had uitgenodigd om Purwodadi te bezoeken en uit de eerste hand het verhaal te horen van de moord op een priester, pater Wignyosumarto. Eerder had pater Wignyo de biecht afgenomen van Mamik, een lid van de Volksverdediging (Hanra) die elke nacht bijna 50 mensen doodde.

Het nieuws verspreidde zich onmiddellijk door heel Nederland. Het Algemeen Dagblad van 27 februari 1969 bracht een nieuwsbericht met de schokkende titel "Indonesiër beschuldigt eigen leger van 3000 moorden" of ``Een Indonesiër beschuldigt zijn leger ervan verantwoordelijk te zijn voor de moord op 3000 mensen''. De Indonesiër die in het nieuws werd genoemd, was Poncke Princen, naar wiens verklaring de pers verwees.

Voor de westerse wereld was de massamoord op linkse politici goed nieuws in de eerste twee decennia na de Tweede Wereldoorlog. Dat gold ook voor de Nederlandse regering, die tijdens het bewind van Boeng Karno (president Soekarno) een verslechtering van de betrekkingen met Indonesië ondervond. Maar dit gold niet voor Wertheim. De massamoord in de periode 1965-1969 was slecht nieuws dat zijn woede aanwakkerde. Hij richtte vervolgens het Komitee Indonesia op en organiseerde snel een protestbeweging door middel van demonstraties, mediaverklaringen en openbare bijeenkomsten.

Wertheims kritische stem werd breed uitgemeten en had grote invloed op het Nederlandse publiek, waaronder studenten. Ze organiseerden demonstraties tegen de aanwezigheid van regeringsfunctionarissen van Soeharto op de campus van de Katholieke Universiteit Nijmegen, 17 april 1969. Onder meer de Indonesische minister van Financiën die de studenten "moordenaar!" en "lafaard!" bleven toeschreeuwen. Frans Seda's aankomst in Nederland was bedoeld om de Nederlandse betrekkingen met Indonesië te normaliseren, die onder de regering van Bung Karno bevroren waren. Een aantal hooggeplaatste Indonesische functionarissen lobbyde ook om investeringen (lees: leningen) aan te trekken uit westerse landen, waaronder Nederland. Het bezoek bereidde tevens de komst van president Soeharto voor, die in hetzelfde jaar zou arriveren. Vanwege de nog niet gunstige situatie vond het bezoek echter pas een jaar later plaats, op 4 september 1970.
Wim Wertheim verzette zich tegen het plan om de betrekkingen te herstellen, omdat hij een verborgen agenda van neokolonisatie van Indonesië via de hulpverleningsval aanvoelde.

De zwijgzame houding van de Nederlandse regering ten aanzien van de massamoordincident lokte ook zijn kritiek uit. In een interview zei hij: “Er wordt niet samengewerkt met de muitende junta die vele onschuldige mensen heeft gedood.” Zowel namens het Komitee Indonesia als persoonlijk maakte Wertheim veel kritische kanttekeningen bij het overheidsbeleid van Soeharto. De algemene toestand van de gewone bevolking, de kwestie van rechtvaardigheid in ontwikkeling tot aan de gevangenneming van politieke gevangenen en de invoering van de doodstraf in Indonesië ontgingen hem nooit. Als wetenschapper koos Wertheim er niet voor om de top van de ivoren toren te beklimmen. Hij stortte zich in de arena en was direct betrokken bij het proces van het vinden van de waarheid over de problemen die zich in Indonesië voordeden, ook al kon hij zijn tweede land niet meer bezoeken.

Wat maakte Wertheim tot wie we hem kennen: kritisch en moedig?

Wim Wertheim

Wim en Hetty Wertheim en hun kinderen

Zowel Wim Wertheim als Hetty waren geboren in een welgestelde middenklasse familie. Wims’ vader was directeur van een verzekeringsmaatschappij en het gezin woonde als expats in Sint-Petersburg, Rusland. Hetty's vader was hoofd van een penitentiaire inrichting in Veenhuizen. Met zo'n familieachtergrond waren er ongetwijfeld veel mogelijkheden voor hen beiden om stabieler te leven. De historische realiteit die zich in die tijd dynamisch ontwikkelde, bracht echter veel veranderingen in hun leven teweeg.

Deze twee echtelieden leidden een leven dat niet gemakkelijk was, gepaard gaande met onvermijdelijke realiteiten. Dit boek blijkt daarvoor een verklaring te bieden. De beslissing om naar Indonesië te emigreren, heeft er uiteindelijk toe geleid dat de minister van Financiën van het Suharto regime, Frans Seda, gedwongen werd zijn lezing tijdens het lustrum van de Nijmeegse Universiteit af te zeggen. Maar emigreren naar Indonesië was niet een keuze waaraan Wertheim vanaf het begin prioriteit gaf.
Wim kwam niet uit een ‘’blijversfamilie’’ van Nederlanders die al lang in Indonesië woonden. De kolonie was een ver land voor hem en dat betekende dat hij alles over zijn nieuwe vaderland moest leren. Max Havelaar was de eerste roman waar Wertheim naar verwees. Het lijkt erop dat het een trend was geworden onder Nederlanders die in Indonesië gingen werken, om eerst de roman te lezen als een voorraadje kennis. Toen Henk Sneevliet in 1913 naar Indonesië zou verhuizen, deed hij hetzelfde: Max Havelaar lezen. Hoewel volgens Wertheim de roman van Multatuli alias Eduard Douwes Dekker niet genoeg informatie gaf die hij nodig had, kon hij zich in ieder geval een beetje verplaatsen in de omstandigheden in Indonesië vóór zijn aankomst.

Zoals de titel van dit boek, ‘’Vier wendingen in ons bestaan’’, beschrijft, navigeren Wim en Hetty door een leven vol onvermijdelijke verrassingen. Hetty moest zich in haar jeugd verplaatsen van het dorp Veenhuizen naar Leiden en vervolgens naar Scheveningen, waar ze zenuwachtig werd van de snuisterijen van de moderniteit: de telegraafkabels die langs de treinrails hingen, tot de verbazing van de fonkelende lichtjes en kaarsen bij de geboorte van Juliana, de dochter van koningin Wilhelmina. Het gevoel van discriminatie als dorpskind uit het Noorden voelde ze ook toen ze het huis van haar grootouders van moederskant in Den Haag bezocht. Hetty voelde een afstand tussen haar familie en de familie van haar grootouders van moederskant vanwege het verschil in sociale status tussen haar moeder en haar vader. Haar ooms van moederskant werkten als artsen, advocaten en directeuren van grote bedrijven, terwijl haar vader slechts de baas van gevangenen was. Los van de subjectiviteit van een klein kind is deze visie natuurlijk interessant, omdat het laat zien dat het onderscheiden van sociale kasten overal kan voorkomen. Hoewel Nederland een van de imperialistische koloniale landen is, betekent dit niet dat er geen scherpe klassentegenstellingen zijn in de eigen samenleving.

Het grootste deel van de Nederlandse samenleving bestond destijds uit arbeiders en boeren,
die ver onder een handvol elites, ondernemers en heersers, leefden. Meestal maakten blanke Nederlanders pas een klassensprong door toen ze naar Indonesië kwamen. Als blanke Nederlandse meesters en meesteressen, hoe moeilijk hun leven in Nederland ook was, verwierven ze een hogere status in de kolonie dankzij hun fysieke kenmerken. Wim benoemde dit openhartig toen hij vertelde over zijn eerste ervaring op de boot naar Indonesië, toen de superioriteit van het blanke ras alle klassencategorieën overtrof, zelfs de klassentegenstellingen die in Nederland bestonden, waren niet langer van toepassing.

"Wat was die eerste reis naar Indië buitengewoon! We werden plotseling van het gewone Nederlandse leven naar een leven van luxe getransporteerd. Overvloedig eten, extravagante feesten, en altijd waren er slaven die onderdanig en bijna onderdrukt waren ... Daarentegen leken de klassenverschillen die in Nederland bestonden, de feitelijke verschillen tussen de `hoge' en `lage' klassen onder de Europeanen aan boord van het schip, te zijn uitgewist ... Klassengrenzen verdwenen simpelweg door de rassenmuur die zo hoog was als de hemel torende. Klassen in Europa lieten nog steeds de mogelijkheid toe om van de ene klasse naar de andere te gaan. Maar de raciale grenzen waren inherent aan huidskleur, dus Wim kon zijn innerlijke gevoelens beschrijven toen hij de oneerlijke ongelijkheid zag.

Dat was de tweede wending in het leven van Wim en Hetty. Een pasgetrouwd stel stort zich ‘in de duisternis’ om hun geluk te beproeven in een koloniaal land. Later in de derde en vierde wendingen van hun bestaan maakten ze opnieuw een sombere ervaring mee.

Wim Wertheim

Samen muziek maken

Als je de verhalen van Wim en Hetty leest, kun je je niet voorstellen hoe dit echtpaar, geboren in een burgerlijke familie, op avontuur moest naar een ver land, waar Nederland al eeuwenlang de koloniale macht had. De koloniale maatschappij met ongelijkheid op het gebied van ras, etniciteit en klasse, opende hun ogen zodat ze de kant van de onderdrukten kozen. Het feit dat Wim zich aan de kant van de onderdrukten schaarde was ook niet slechts een formaliteit om koloniale onderwerpen tot zijn kritische sociologische studies te maken. Wim, die aanvankelijk apolitiek was, ontwikkelde zich tot een politiek bewuste intellectueel die vocht voor zijn politieke overtuigingen: het onderscheiden van de onderdrukten en rechtvaardigheid voor iedereen. Dat hij de kant van de onderdrukten koos, kwam ook voort uit zijn eigen ervaring. Hij had namelijk in een vergelijkbare situatie gezeten, toen hij tijdens de Japanse bezetting in het interneringskamp belandde.

De persoonlijke kennismaking met de omstandigheden in kolonie bleek waardevoller te zijn dan de kennis die hij had opgedaan in de collegebanken. Als een echtpaar dat zich terdege bewust was van de omstandigheden in de kolonie, als situationeel bewust echtpaar, lieten Wim en Hetty zien dat hun traumatische ervaringen niet hoefden te leiden tot een sombere en apathische houding. Wim ging steeds vaker in tegen de heersende opvattingen en Hetty ging daarin mee. Hierin past de bijnaam die de socioloog Jan Breman gaf aan zijn leraar, “Wertheim koos er bewust voor om klokkenluider te zijn”. De gevolgen van die keuze waren dat ze veel vrienden verloren en de lijst met vijanden moesten uitbreiden. Wim, die in eerste instantie apolitiek was, ontwikkelde zich tot een politiek bewuste intellectueel die voor zijn politieke overtuiging vocht: het verdedigen van de onderdrukten en rechtvaardigheid voor iedereen. De echtelieden durfden steeds vaker een standpunt in te nemen aan de overkant.

Hopelijk zal dit boek een naslagwerk zijn, een terugkerende bestemming, voor intellectuelen die vaak in het grijze gebied blijven hangen omwille van hun zelfbeeld en persoonlijk comfort.