Op  16 januari 2015 vond in het Amsterdamse Nelson Mandela Centrum een bijeenkomst plaats met als titel ‘’Krachten bundelen tegen Islamofobie’’. Tijdens deze bijeenkomst, die georganiseerd werd door onder meer het Collectief tegen Islamofobie en EMCEMO (Euro-Mediterraan Centrum voor Migratie & Ontwikkeling) waren ruim 80 organisaties en individuen aanwezig.
Eén van de voorstellen was het opstellen van een manifest. Dit manifest is opgesteld door een groepje vrijwilligers waarvan ik deel uitmaakte. Het manifest is hieronder te lezen en kan worden ondertekend via : islamofobie@gmail.com.

‘’Krachten bundelen tegen Islamofobie’’

Amsterdam, 28 januari 2015

Islamofobie is het belasteren, verdacht maken en discrimineren van moslims. Het begint met het rondbazuinen en steeds weer herhalen van negatieve en vooral ook angst- aanjagende kwalificaties over hen als groep en het suggereren dat zij schuldig zijn aan allerlei verschrikkelijke dingen die op verschillende plaatsen gebeuren. Net als racisme, antisemitisme en homofobie gaat het erom minderheidsgroepen de verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven voor alles wat verkeerd gaat in een maatschappij. Een belangrijk voordeel van deze manier van doen is dat degenen die in werkelijkheid verantwoordelijk zijn, buiten schot blijven.
Dit ‘Zondebok Mechanisme’ werd in Europa jarenlang toegepast op de joden en vervolgens waren heel veel gewone mensen bereid hun passieve of actieve medewerking te verlenen aan hun stapsgewijze uitroeiing. De Spaanse dichter George Santayana waarschuwde dat “Wie de geschiedenis niet kent gedoemd is deze te herhalen’’. Deze waarschuwing klinkt nu passender dan ooit. Want hoewel het vooroorlogse antisemitisme in Nederland volgens de Anne Frank Stichting als ‘mild’ kon worden omschreven, was dit kennelijk toch al genoeg om uit Nederland het hoogste percentage joden weg te laten voeren. Het islamofobie klimaat in Nederland van 2015 is allesbehalve mild en daarom luiden wij de noodklok.
Binnen de Europese maatschappijen die vol zijn van spanningen en tegenstellingen, is de behoefte aan een zondebokgroep nog levensgroot. Het antisemitisme is nog lang niet verdwenen maar, zoals we de afgelopen jaren hebben kunnen waarnemen, zijn het nu de niet-westerse immigranten en met name de moslims onder hen die tot doelwit worden gemaakt en beschuldigd. Voor degenen die deze ontwikkeling toejuichen is het een groot voordeel dat zij uiterlijk herkenbaar zijn.
De grootste verworvenheid van onze tijd is de inbedding van de menselijke waardigheid in de wetten en het functioneren van onze Democratische Rechtstaat.
Volgens de Grondwet is iedereen gelijk en heeft binnen de wet het recht zijn of haar leven in te richten zoals hij/zij dat zelf wil. Iedereen die in Nederland woont heeft het recht op vrijheid van mening en meningsuiting en het recht meningen door te geven. Iedereen heeft het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Tot de kenmerken van de Democratische Rechtstaat hoort uitdrukkelijk ook dat de overheid de rechten van minder- heden beschermt.
De laatste jaren worden moslims in Nederland en andere delen van Europa in de openbare ruimte steeds vaker verbaal en fysiek bedreigd en aangevallen en moskeeën worden beklad. Gezinnen krijgen van buren brieven in de bus met het verzoek te verhuizen.
Moslimkinderen worden op school, op straat en tijdens het sporten gepest. Moslimjongeren hebben veel moeite met het vinden van werk of stageplaatsen en op sociale media krijgen zij te maken met agressieve uitingen, beledigingen en discriminatie. Van moslima’s worden hoofddoeken afgetrokken en sommigen van hen verruilden, uit angst voor heftige reacties, hun hoofddoek voor een muts of pet.
Na de aanslagen in Parijs werd het probleem alleen maar ernstiger. Zoals altijd wanneer het zondebokmechanisme ten aanzien van een bepaalde groep in opkomst is, wordt geprobeerd alle moslims verantwoordelijk te stellen voor de verschrikkelijke daden van enkele terroristen, die beweren te handelen uit naam van de islam. In plaats van het vanzelfsprekend te vinden dat mensen die toevallig hetzelfde geloof hebben, geen verantwoordelijkheid dragen voor wat enkelingen doen, wordt van hen geëist zich persoonlijk te distantiëren. Toch hebben talloze moslim- en immigranten- organisaties, maar dan wel op vrijwillige basis, stelling genomen tegen de aanslagen, het geweld en de terreur. En via de Facebookpagina ‘Dat is niet mijn islam’ namen jongeren afstand van de gebeurtenissen. De Nederlandse moslims zijn burgers van een democratisch land en onderschrijven vanzelfsprekend de normen en waarden van onze samenleving.
Bij de verschillende meldpunten regende het klachten over islamofobie. Bij het ‘Meldpunt tegen islamofobie en discriminatie’ kwam in korte tijd een groot aantal meldingen binnen. Al deze uitingen getuigen van een sfeer van angst en onzekerheid onder de Nederlandse moslims.
Vanuit de politiek en de overheid wordt geen duidelijk, krachtig standpunt ingenomen met betrekking tot islamofobie. Het gevoel bestaat dat discriminatie van moslims en de angst die onder hen leeft niet serieus worden genomen. Wat jaren terug nog min of meer beperkt was tot de haatpreken van politici als Wilders, is inmiddels uitgegroeid tot een veel algemener en in brede kringen geaccepteerde manier van doen.
De overheid en de politiek dienen te streven naar een solidaire samenleving waarin elke burger gewaardeerd en beschermd wordt: homo’s, joden, vrouwen, mannen, oud of jong, ongeacht huidskleur, religie of afkomst en gevrijwaard blijven van discriminatie. Een solidaire samenleving waarin krachtig stelling wordt genomen tegen homofobie, antisemitisme, islamofobie of welke andere vorm van discriminatie dan ook.
De samenwerkende organisaties tegen islamofobie verwachten van de politiek en de overheid het volgende:
• De overheid en de politiek kunnen van de Nederlandse moslims niet eisen dat zij zich uitspreken tegen het geweld en de aanslagen die gepleegd worden uit naam van de islam. Overheid en politiek dienen afstand te nemen van het verband dat wordt gelegd tussen dit geweld en de islamitische Nederlandse burgers, want zij zijn daar op geen enkele manier verantwoordelijk voor.
• De discriminatie die plaatsvindt via de sociale media dient krachtig en consequent bestreden te worden. De overheid zal maatregelen moeten nemen tegen deze grove schending van rechten en veiligheid van islamitische Nederlanders. Zij dient in te grijpen wanneer uitingen de wet overschrijden. Providers en moderators moeten worden aangesproken wanneer ze in gebreke blijven islamofobie en andere haat zaaiende uitingen te verwijderen.
• Moskeeën en islamitische verenigingen en organisaties hebben recht op bescherming door de overheid tegen geweld, bekladding en bedreiging. Door de moskeeën en instellingen zelf opgerichte burgerwachten zijn niet afdoende, onveilig en niet professioneel. De overheid dient de veiligheid van islamitische burgers en gebouwen te waarborgen.
Daarnaast is het van belang een beleid te ontwikkelen om discriminatie, ongelijke behandeling, bedreiging en belaging van moslims te voorkomen en te bestrijden en de hetze die op dit moment tegen hen is gericht een halt toe te roepen.
• Scholen moeten veel meer dan nu het geval is investeren in een gedegen voorlichting over mensenrechten, diversiteit en discriminatie. Er moet serieuze aandacht besteed worden aan mensenrechteneducatie op scholen en lerarenopleidingen. Zowel op basisscholen als op scholen in het voortgezet onderwijs dient de Nederlandse geschiedenis van slavernij, Jodenvervolging en andere vormen van discriminatie op grond van religie, afkomst, gender en seksuele gerichtheid een standaard en dus verplicht onderdeel te worden van de lesstof.
• Islamofobie dient als aparte discriminatiegrond geregistreerd te worden. Alleen dan worden de omvang en de aard van deze vorm van discriminatie inzichtelijk. Snelle en adequate juridische behandeling van islamofobe incidenten dient prioriteit te krijgen.
Wij roepen de maatschappelijke organisaties en de Nederlandse burgers op de krachten te bundelen en samen te werken aan een inclusieve samenleving zonder discriminatie en islamofobie.
islamofobie@gmail.comOn 16 January 2015 in the Nelson Mandela Centre in Amsterdam a meeting took place entitled “Join Forces against Islamophobia’'. During this meeting, organized by The Collective against Islamophobia and Discrimination and EMCEMO (Euro-Mediterranean Centre for Migration & Development there were over 80 organizations and individuals present. One of the proposals was the drafting of a Manofesto. This Manifesto was drawn up by a group of volunteers to which I belonged.
The Manifesto is published below and can be signed at: islamofobie@gmail.com

Islamofobie: niet accepteren, maar melden

Aan dit filmpje heb ik meegedaan omdat ik het ontzettend belangrijk vind dat de mensen, die te maken hebben gehad met uitingen van islamofobie dat melden, bij een meldpunt of bij de politie. Wanneer de mensen die islamofobie ondergaan hun negatieve ervaringen voor zich houden, geven ze degenen die zich er schuldig aan maken onbedoeld de boodschap dat daar niks mis mee is.

Geplaatst in Racisme/ Identiteit.