Ik maakte Clowntje en Slome Henkie in het joodse kamp Tangerang
en niet in het algemene kamp Kramat

Clowntje en Slome Henkie

Clowntje en Slome Henkie

Van 13 oktober 2014 tot 8 maart 2015 was in het Joods Histotrisch Museum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Selamat Sjabbat’ te zien over joden in het voormalige Nederlands Indië.
Een belangrijk deel van de voorwerpen is afkomstig uit de interneringskampen die daar voor de Nederlanders werden ingericht door de Japanse bezettingsmacht en waarbinnen de joodse Nederlanders apart werden gezet.
Op de tentoonstelling zijn ook van onze familie allerlei voorwerpen te zien die mijn moeder haar hele leven lang zorgvuldig had bewaard - zoals het ganzenbord dat zij voor ons kinderen maakte van het karton van een oude doos en de poppetjes die ik als kind maakte van de weinige lapjes die wij na jaren nog over hadden.

Op het kaartje bij de lappen popjes Clowntje en Slome Henkie staat geschreven dat ik ze gemaakt heb in het algemene kamp voor vrouwen en kinderen, kamp Kramat in Jakarta. Dat was inderdaad wat ikzelf dacht totdat mijn zus Marijke The-Wertheim mij eraan herinnerde dat ik bij het maken van de popjes was geholpen door mevrouw Davidson. Met haar maakten wij pas kennis in het joodse vrouwen en kinderen kamp Tangerang, waar ze onze buurvrouw was op de brits. Naar dat kamp werden wij getransporteerd nadat de Japanse bezetters hadden besloten de joden apart te zetten.

We vonden mevrouw Davidson aardig. Haar ogen stonden wel een beetje droevig en ze lag vaak uitgestrekt op haar matje op de brits. Maar ze hielp mij graag met kleine naaiwerkjes, naar ik dacht te begrijpen omdat ze zelf geen kinderen had.

Op een kwade dag zag ik in onze zaal een groepje vrouwen bij elkaar staan fluisteren en dichterbij gekomen ving ik iets op van ‘douches’ en ‘gas’. Ik voelde dat daar iets heel ergs mee moest zijn en vroeg hardop aan mijn moeder: ‘’Wat is er, wat zeggen jullie nou over douches en gas?!’’

Daarop kreeg ik van mijn moeder een klap om mijn kop en trok ze me de zaal uit en de galerij op. Ze legde me uit dat ze niet wilde dat mevrouw Davidson zou horen wat er gezegd werd. Maar ze vertelde niet waarom en ik was zo geschrokken dat ik niet verder durfde vragen.

Pas heel veel later is me duidelijk gemaakt wat er aan de hand was geweest. De vrouwen hadden een gerucht opgevangen over het bestaan van de gaskamers in Polen. Daarover was iets verschenen in een Japanse krant en één van de vrouwen in onze zaal die Japans kende, had op de één of andere manier kans gezien dat te lezen te krijgen en het verder verteld. Het is natuurlijk op zichzelf al ongelooflijk dat dit gerucht in Azië, in het joodse kamp Tangerang, de ronde deed. En dus toen al: deze gebeurtenis had plaats in januari 1945 en het kan dus zijn dat er verband was met de bevrijding van Auschwitz.

Dat mijn moeder niet wilde dat mevrouw Davidson het zou horen, had een speciale reden. Alle volwassenen in de zaal wisten dat zij zich ernstige zorgen maakte om haar twee kinderen in Holland. Zij en haar man hadden enige tijd voor de Duitse inval hun kinderen naar familie in Holland gestuurd, zoals veel Nederlanders in Indië deden omdat de scholen daar beter waren. Haar kinderen zijn, heb ik later begrepen, omgebracht in Sobibor.

Amsterdam, 2015
Anne-Ruth Wertheim

Geplaatst in Anekdotes.