Mijn zus Marijke The-Wertheim had in het Kramatkamp drie
maanden lang vioolles van Szymon Goldberg!

Op de tentoonstelling ‘Selamat Sjabbat’ in het Joods Historisch Museum in Amsterdam over joden in het voormalige Nederlands Indië, is een belangrijk deel van de voorwerpen afkomstig uit de interneringskampen die daar door de Japanse bezettingsmacht werden ingericht voor de Nederlanders en waarbinnen de joodse Nederlanders apart werden gezet.
Op het moment van de Japanse inval waren er verscheidene musici bezig met een tournee door het land. Zij konden het land niet meer verlaten en kwamen ook terecht in de kampen. Onder hen waren enkele joodse musici, zoals de violist Szimon Goldberg en de pianiste Lily Kraus.
In een aantal boeken wordt uitgebreid geschreven over joodse musici die terecht kwamen in Japanse kampen:

Gestrand in Indië, muziek en cabaret in gevangenschap (Nadet Somers en Frans Schreuder, Walburgpers, 2005) over muziek en cabaret in gevangenschap.

Een draad van angst (Theo Wilton van Reede en Arjan Onder den Wijngaard, Nijgh & Van Ditmar,1984) over vrouwenkampen op Java.

Vier wendingen in ons bestaan: Indië verloren, Indonesië geboren (Wim en Hetty Wertheim, De Geus 1991, de ouders van Marijke en haar zus Anne-Ruth).

Mijn zus Marijke The-Wertheim schrijft in 2015:
Ikzelf heb drie maanden lang elke dag vioolles gehad van Szymon Goldberg, eerst buiten het kamp en later, toen hij na eerst in het kamp van mijn vader te hebben gezeten, in ons Kramatkamp kwam. Hij zat samen met zijn vrouw in het aparte gedeelte waar echtparen en gezinnen waren ondergebracht. Wij zaten in het gedeelte dat alleen vrouwenkamp was. De beide delen waren van elkaar gescheiden door prikkeldraad.
Voor die vioollessen moest ik onder dat prikkeldraad doorkruipen. De eerste keer dat ik dat deed, werd ik door een Japanner terug getrokken en meegenomen naar de Poort. Ik was doodsbang. In één van de kamers van die Poort moest ik op mijn viool Japanse liedjes spelen waarbij zij mij op hun piano begeleidden met één vinger. Na afloop gaven ze me een zak snoep die ik meenam naar ons ’huis’ (dat was één kamertje waarin ons gezin woonde, samen met nog een ander gezin). Mijn moeder had ons gewaarschuwd nooit snoepjes van de Japanners te eten omdat daar vergif in kon zitten. Maar na die ene keer hebben ze me nooit meer lastig gevallen en lieten ze me gewoon onder het prikkeldraad door kruipen, drie maanden lang, iedere dag! Het snoep hebben we lekker opgegeten!
Na drie maanden moest Szymon Goldberg weer terug naar het mannenkamp en kwam hij toevallig weer bij mijn vader in het kamp waar hij alles over ons kon vertellen!
In de tussentijd heeft Anne-Ruth een beetje pianoles gehad van Lily Kraus. Zij en Goldberg zaten met hun echtgenoten in hetzelfde huis in dat gemengde gedeelte. Om piano te kunnen spelen moest Lily Kraus naar ons gedeelte van het kamp komen, waar een vleugel stond in het Pandhuis. Dat was een groot gebouw met allemaal zalen midden op het grasveld waar we altijd op appèl moesten staan. Maar zij kreeg niet altijd de kans om op die vleugel te spelen, soms kreeg ze de sleutel en soms niet.
Wel zou er een keer een concert gehouden worden waar zij en Goldberg zouden spelen, maar dat is niet doorgegaan omdat de Joden toen weg moesten. Eerst Szymon Goldberg en zijn vrouw en daarna wij ook.
Al eerder zou ik samen met Fons Seijler, die ook les had van Lily Kraus, spelen op een concert in dat Pandhuis, maar dat is ook niet doorgegaan omdat Fons werd weggehaald samen met de jongetjes van tien jaar en ouder.

Geplaatst in Anekdotes.